Reflectievragen

1.            Hoe evalueer je de samenwerking met jouw naaste collega’s en welke ontwikkeling heeft zich hierin voorgedaan? Wat heb je hier zelf in bewerkstelligd?
2.            Ben je in staat aan te sluiten bij sterke en zwakkere punten van je collega, dus samen een echt team te zijn?
3.            Welke spanningen kunnen de samenwerking bedreigen en hoe werk je actief aan het voorkomen of verminderen daarvan?
4.            In welke mate investeer je in het opbouwen van een positieve relatie met de collega-predikant?
5.            Wat is je visie op de eigenheid van academische predikanten/voorgangers en hoe laat je dat blijken in het samenwerken?
6.            Herken je aspecten van rolonzekerheid of zwakke punten als het gaat om jouw beroepsidentiteit?