Niet-helpend

Op deze pagina schetsen we mogelijke handelingswijzen die we tegenkwamen in ons onderzoek die juist niet lijken te helpen in het omgaan met de situatie. Wat moet je het liefst vermijden?

Voor Piet is de verleiding groot zelf het werk te gaan overnemen dat de vrijwilligers laten liggen. Het werk moet immers doorgaan! En hij is de enige die daar ook nog voor betaald wordt. Voor hem is het moeilijker nee zeggen dan voor al die vrijwilligers die het naast hun werk moeten doen. Bovendien is dit kennelijk wat de gemeente van hem verwacht. Ze hebben hem hier echt nodig, want dit kunnen ze niet zelf. De valkuil is dan dat Piet zich teveel als een ‘eerstelijnswerker’ opstelt, die zelf het werk doet dat eigenlijk door vrijwilligers gedaan zou worden.

In het onderzoek kwamen we dit veel tegen. In een van de gevallen vertelde een kerkenraadslid die de jeugdwerker aanstuurde: 

Omdat een ander het niet doet is de reactie van de jeugdwerker: “Ik krijg ervoor betaald, dus ik ga zorgen dat we de activiteit regelen.” Hij ging dat gat invullen. Dit deed hij ook vanuit zijn beste bedoelingen, omdat we met elkaar de drive hadden om de doelgroep te bereiken.

Het resultaat daarvan zal zijn dat deze jeugdwerker snel overwerkt raakt én dat de gemeente nog passiever wordt. Zeker als je je eigen positie — inclusief takenpakket, bevoegdheden en verantwoordelijkheden — niet helemaal helder hebt (zie Casus Werkdruk), is er een groot gevaar dat je overspoeld wordt door alles wat zich elke dag weer aandient. Voor je het weet, loop je dan jezelf voorbij.

De leidinggevende spreekt met de jeugdwerker hierover:

Ja, dan hadden we het daarover. En daar zat ook een bepaalde spanning zeg maar. Want enerzijds was hij enthousiast en voelde zich verantwoordelijk om dingen tot een goed einde te brengen. Hij was eigenlijk vooral bedoeld om te initiëren, de vrijwilligers op gang te helpen en ideeën aan te dragen. En daarin lieten vrijwilligers het ook wel afweten. En dan voelde hij zich verantwoordelijk om het op te pakken. En dat was een heel groot spanningsveld in mijn beleving. Dat was heel lastig. Want enerzijds waardeer ik de verantwoordelijkheid en het enthousiasme van hem enorm en dat was ook heel belangrijk. Maar ja, aan de andere kant, zijn uren waren beperkt en daardoor kwam hij dus regelmatig over zijn beschikbare uren heen, tot frustratie van hemzelf.

In het geval van Piet zagen we dat dit soort kerkelijk werkers, die zelf veel werk opvangen, door de houding van de vrijwilligers ook gedemotiveerd worden: ‘als zij het niet oppakken, heb ik er ook geen zin meer in’. Hij stelt zich dan wat gefrustreerd en teleurgesteld op, in plaats van het gesprek met de vrijwilligers aan te gaan. Ergens best logisch, want er kan toch moeilijk van hem verwacht worden dat hij enthousiast blijft voor activiteiten waar de gemeenteleden zelf niet warm meer voor te krijgen zijn? Maar als hij deze situatie niet actief aan de kaak stelt, en alleen in zichzelf loopt te mopperen, dan zal de gemeente zeker niet enthousiaster worden. Zo is er het gevaar dat de frustratie de overhand krijgt, vooral als Piet in de valkuil valt om ‘het dan maar zelf te gaan doen’.

Lees hier wat je wel kan doen.

Lees hier verder in literatuur of andere sites.