Niet-helpend Omgaan met Predikant

Er zijn ook manieren waarop Herman kan reageren die niet erg helpend zijn. Zo kan Herman bijvoorbeeld zijn contact met de predikant verwaarlozen, omdat hij zich onzeker voelt in zijn buurt. Dan wordt er geen vertrouwensrelatie opgebouwd en kan de werkrelatie niet verbeteren. Als Herman bovendien geen aandacht schenkt aan verschillen in persoonlijkheidskenmerken, ontstaat er snel een kloof met zijn collega. Het niet bespreken en laten bestaan van – veelal onderhuidse – gevoelens van tegenstelling en concurrentie vormt een bodem voor verdere spanningen, zeker als Herman en zijn collega de kerkenraad niet bij hun werkrelatie betrekken. Dit zagen we ook in het onderzoek terug, als Herman in zijn dagboek schrijft:

Bijkomend nadeel is dat de kerkenraad geen antwoord heeft op het autoritaire gedrag van de predikant. Bruggen bouwen of verbinding maken is tot mislukken gedoemd en dat geeft mij ervaringen van frustratie. Ik merk dat dit gegeven mij soms heel erg in de weg zit in mijn functioneren. Het is alsof ik blokkeer.

Werkdruk en urgente zaken op korte termijn zijn niet helpend voor het opbouwen van een goede relatie. Herman is hier zelf ook wel debet aan, als hij niet op tijd zijn grenzen aangeeft, geen lange termijnplanning heeft en zich niet aan zijn uren houdt. Herman gaf (net als andere alumni) over zichzelf aan dat hij terugviel in vormen van conflictmijdend gedrag. Dat is een probleem, want samenwerken is geven en nemen en  daarbinnen zul je assertief moeten zijn om afspraken niet te laten verwateren.

Herman kan ook in de valkuil vallen dat hij gaat geloven wat de predikant van hem denkt. Als hij te weinig zicht heeft op eigen kwaliteiten of zijn eigen onzekerheden toedekt, dan komt dat de samenwerking niet ten goede. Weinig zicht op je beroepsidentiteit of een baan die niet echt bij je past is ook een slecht uitgangspunt voor afstemming van taken met anderen. Ook het bestaan van rolonzekerheid valt hieronder: als Herman zelf niet weet wat zijn meerwaarde is ten opzichte van de vrijwilligers met wie hij werkt, dan is het lastig communiceren met anderen, zoals blijkt uit onderstaand fragment uit het dagboek:

Ik heb het voorrecht om te werken met een geweldige jeugdouderling. Eens in de twee weken drinken we met elkaar een kopje koffie om de stand van zaken te bespreken. Dit zijn voor mij waardevolle momenten, om even stil te staan bij waar ik mee bezig ben.  Ik merk echter in die gesprekken dat ik vaak bezig ben met hoe ik antwoord geef, hoe het gesprek loopt, waar we het over hebben, etc. Toen ik daarover nadacht, merkte ik dat ik in deze gesprekken bezig ben om mijn gezicht als jeugdwerker niet te verliezen vanuit de gedachte: ‘ik ben de professional’.  Ik stelde ik mijzelf de vragen: In hoeverre kan ik hier mijzelf zijn? En in hoeverre zou dat moeten? Dit zijn vragen die mij bezig houden. Enerzijds niet ‘de professional’ uithangen, maar anderzijds ben ik het wel. 

Tot slot is het voor Herman belangrijk om zijn eigen eigen communicatieve vaardigheden eens onder de loep te nemen. Als hij zonder tact het gesprek aangaat, mist hij alsnog het doel. Het is hier van belang om helder te communiceren en niet in de verdediging te schieten. Zoals een van de respondenten verwoordt:

Ik was mijzelf aan het verdedigen en achteraf heb ik daar spijt van. Ik hoef mij namelijk helemaal niet aan haar te verantwoorden want wij zijn collega’s.

Lees hier wat Herman wel kan doen.