Casus Verbinding Maken

Ellen (fictief personage) is aan de slag als kerkelijk werker (met speciale aandacht voor jeugd), maar vindt het vaak moeilijk om aansluiting te vinden bij sommige mensen in haar gemeente. Zelf is ze opgegroeid met het geloof en heeft ze uitgebreide catechisatie gehad. Het lijkt soms of de jongeren in haar kerk zo weinig weten van de bijbel en van de oude verhalen – die haar zelf zo vertrouwd zijn. Zo is Ellen met een groep jongeren aan het werk rond het verhaal van de Emmausgangers – maar heeft grote moeite de verbinding te maken. De jongeren lijken niet te begrijpen wat het belang van dit verhaal is voor hun leven.
En in het pastoraat is in gesprek met een man die vindt dat je niet om het bestaan van God heen kunt, maar die niet zo goed raad weet met de verhalen uit het Nieuwe Testament. Een gesprek hierover lijkt haast onmogelijk. Tussen de wereld van de Bijbel en de leefwereld van deze man lijkt een onoverbrugbare kloof.

Had Ellen moeten beginnen bij de vragen van de jongeren? Maar was ze dan ooit nog wel uitgekomen bij de Emmausgangers en bij de betekenis van dat verhaal, zo kort na Pasen? Had ze moeten beginnen bij het rationele Godsgeloof van de man? Was ze dan ooit nog wel weer uitgekomen bij Jezus, zoals Ellen graag zou willen?

Maar beginnen bij het bijbelverhaal en boodschap daarvan lijkt vaak al net zo moeilijk. Je praat dan gemakkelijk over de hoofden heen. Het verhaal landt niet. Maar hoe kun je het laten landen? Hoe sla je de brug tussen het bijbelverhaal en de leefwereld van je mensen met wie je werkt? Hoe ga je hiermee aan de slag zonder ofwel de boodschap, ofwel je luisteraars kwijt te raken?

Hoe sla je de brug?

Lees hier wat Ellen kan doen.
Lees hier wat Ellen beter niet kan doen.